Ik verveelde mij. Als iemand ooit vraagt waarom ik mij in de week van 18 mei de volle vijf minuten op Tinder bevond, dan is dat het antwoord. Ik verveelde mij, en ik was klaar met alle sociale media-apps, en mijn kruiswoordpuzzel was ook al af. Het is altijd een triest moment als de Zweedse puzzel ingevuld is, en als een mens triest is, doet die soms domme dingen. Ik had ook gewoon kunnen drinken, of een zak chips inhaleren, maar ik ben nu eenmaal een vrouw van vele talenten dus ik deed dat allebei en Tinder erbovenop. ‘t Is soms lastig mij te zijn. 

Ik zeg nu de volle vijf minuten,  omdat ik dat een poëtische omschrijving van – al dan niet verloren – tijd vind, en omdat het ook letterlijk zo’n 300 seconden duurde tot ik me bedacht dat opkrullend linoleum bestuderen een zinvoller gebruik van mijn tijd zou zijn. Ondanks dat vorige ervaringen met mannen mij reeds geleerd hebben dat teleurstelling niet langer op zich laat wachten dan een microgolfminuut of drie, heb je maar één open-de-app-seconde hoop nodig om het nog eens een kans te geven. Hoop, of verveling, of misschien heb ik er wel een serie aan minieme herseninfarcten opzitten. Dat zou dan ook weer verklaren waarom ik onlangs een gele jeans kocht. Gekleurde broeken zijn eerder iets voor dramaleerkrachten en mensen die alpaca’s houden. 

Het mooie aan Tinder zijn de levensverrijkende bio’s die je van alle potentiële matches kan lezen: op zoek naar iets serieus, trust is everyting*, dominante man op zoek naar onderdanige slaaf, Mr Mystery als we matchen stuur ik foto’s, en don’t judge a book by it’s cover*. Altijd kut om iemands bubbel te barsten, maar als je niet doorhebt dat Tinder létterlijk boekenkaften zijn, al dan niet vergezeld door blurbs geschreven door onbetaalde ghostwriters (je dronken vrienden op café), dan kan ik je niet helpen. Alsook, volgende keer dat je een boek vastneemt, focus dan inderdaad niet op de cover. Focus eens op spelling en grammatica. ‘t Is maar een idee. 

Na een kerel die zei dat hij houdt van meditatie gevolgd door een life in precious and beautiful had ik graag mijn gsm recht de Leie in gekeild, ware het niet dat ik dat ding wel nodig heb, onder meer om de voetenfoto’s te nemen die ervoor zorgen dat ik zo’n dure dingen kan kopen. (Dat is een mopje, en low-key een enquête. Stuur mij als je dit verder wil bespreken.) In plaats daarvan heb ik mijn smartphone maar gewoon doorgegeven aan mijn lieve huisgenoot met de boodschap: “Hey, kunt gij mij eens een lief fixen? Ik ben het beu.” En zo geschiedde. 


As if.


Blijkt wel dat ik veel leuker in de omgang ben als hij mij is. Hij heeft zowaar enkele gesprekken aan de gang gekregen, én hij heeft ervoor gezorgd dat één van die kerels met mij op date wil. Vanzelfsprekend ga ik dat niet doen, want heel dit gedoe is nog net niet Catfish genoeg om er een bezoek van Max en Nev uit te slepen en dan hoeft het ook niet voor mij. De arme stakker, daar gaat zijn wandeling. Hij vond mij nu net zo’n leuke neus hebben. Had je zeven jaar geleden gezegd dat iemand ooit zoiets tegen mij zou zeggen, ik had het niet geloofd. Anderzijds, had je me zeven jaar geleden gezegd dat ik op 25 tijdens een globale pandemie in nationale lockdown uit verveling plaatjes van vreemden op het internet zou zitten sorteren, ik had waarschijnlijk ook eens goed gelachen.